>> terug naar de interviews


21 Grams

(recensie)


Veel mensen lijken er tegenwoordig van uit te gaan dat elke student een filmfanaat is. Filmzalen zitten toch vol jongelui, of niet soms. Een snelle rondvraag leert ons dat inderdaad veel collega-studenten zich nauwelijks een bioscooploze week kunnen herinneren en als ze besluiten om een avond op hun kamer door te brengen, dan wordt er niet zelden een video of DVD bovengehaald.

Ikzelf behoor echter niet tot die categorie. Als ik, met het oog op een zogenaamd ‘gezellig avondje’ mijn huis uitkom, dan trek ik ofwel naar een drankgelegenheid, ofwel naar een concertzaal. Een bioscoop betreed ik pas als iemand mij daartoe uitnodigt, en meer dan twee à drie keer per jaar gebeurt dat niet.

Dit alles heeft een belangrijk voordeel: ik ben hoegenaamd niet vertrouwd met de wereld van de film. Regisseurs die iedereen kent, zijn voor mij nobele onbekenden en films die als klassiekers worden beschouwd, doen in mijn geest geen enkel belletje rinkelen . Wat een kenner een filmcliché zal noemen, zal voor mij misschien nog als iets sprankelend fris overkomen. Uitgesleten is voor mij nagelnieuw en notoir is in mijn wereld compleet onbekend. Ik ben een complete leek; de film die ik mij nog het best herinner is ‘Zware jongens’ met Gaston en wijlen Leo –dat zegt genoeg, denk ik.

In een bioscoopcomplex aangekomen is het enige criterium dat de keuze van de film voor de avond bepaalt, dan ook: ‘is deze film niet al te stompzinnig?’ Als je meer dan tien seconden naar de opgehangen affiches en bondige samenvattingen kijkt, is zo ’n beslissing niet al te moeilijk: de op pellicule vastgelegde onzin haal je er zo uit. Niet zelden staat er een volgnummer achter de naam van de film.

Tot mijn grote tevredenheid –hout vasthouden– kan ik dus zeggen dat de films die ik de afgelopen jaren in de bioscoop ben gaan bekijken mij zelden ontgoocheld hebben. Vraag mij geen titels, maar ik herinner mij wel dat ik al veelvuldig naar projecties van het hoofd van Al Pacino heb zitten kijken. (Die ken ik dan weer wel).

Ook ’21 grams’, de film die ik gisteren ben gaan bekijken, viel best mee. De recensies die ik vandaag gelezen heb (zie verder) laten echter wel allemaal uitschijnen dat ik het een waar meesterwerk moet vinden en niet iets dat zomaar ‘goed’. Weet ik veel, ik zie gewoonweg te weinig films om terdege te kunnen vergelijken. Wat is nu precies en meesterwerk en wat is gewoon doorsnee? Net zoals ik maar één criterium heb om een film uit het aanbod uit te kiezen, heb ik ook maar één criterium om een film te beoordelen, en dat is de vraag: ‘Heeft de film mij kunnen boeien?’ Wat ’21 grams’ betreft, is het antwoord hierop: ja. Uiteraard zal u mij dan willen vragen: ‘Waarom vond u dat, beste Steven?’ De gerenommeerde filmcritici hebben onmiddellijk hun antwoord klaar: ‘de acteurs zetten een prestatie op topniveau neer’, luidt één van de voornaamste argumenten, ‘wat Sean Penn en Benicio Del Toro doen, is eenvoudigweg subliem’. Het zal u misschien niet meer als een toeval toeschijnen, maar ook voor de beoordeling van acteurs of actrices heb ik maar één criterium en dat is: ‘geloof ik wat die mannen en vrouwen pretenderen te doen?’ Met andere woorden: die godsdienstfanaat met een gevangenisverleden, lijkt die echt op een godsdienstfanaat met een gevangenisverleden of veeleer op een rotverwende celebrity die schandalig veel geld staat te verdienen en die doodzieke man met zijn donorhart, lijkt die ook echt op een doodzieke met een donorhart of ook op een poenscheppende Hollywoodbewoner? Om eerlijk te zijn: geen idee, want met geen van deze types ben ik in mijn eigen leven al geconfronteerd geweest.

Hoe dan ook, de film verveelde geen moment. Een element dat hier sterk toe bijgedragen heeft, was de opmerkelijke montage van deze prent. Het kwam de argeloze kijker voor alsof de regisseur alle filmspoelen op de grond gegooid had en vervolgens de scènes in een compleet willekeurige volgorde achter elkaar had gezet. Er werden voortdurend sprongen vooruit en achteruit in de tijd gemaakt. Het resultaat daarvan is zo’n hutsepot dat termen zoals ‘flashback’ of ‘flashforward’ in deze context niet meer gebruikt kunnen worden. Regisseur Alejandro Gonzalez Iñarritu beweert dat deze complexe montage allesbehalve willekeurig genoemd mag worden en eerlijk gezegd: ik geloof hem wel. Alleen merk je daar als kijker niks van en dat is net het knappe. De montage zorgt ervoor dat je in eerste instantie niet echt begrijpt waar je naar zit te kijken, maar eens je het systeem snapt –dat wil zeggen: eens je doorhebt dat er helemaal geen chronologie in de film zit– besef je ook al snel hoe het verhaal van deze film in elkaar steekt. De tragische afloop en andere belangrijke momenten (ernstige ongevallen, schietpartijen, bloedbaden, …) worden immers bij het begin al op je afgevuurd. De vraag voor de kijker is dan alleen nog: wat gebeurt allemaal in de tijd tussen deze dramatische hoogtepunten? Op het eind van de film wordt trouwens duidelijk dat een aantal details toch anders verlopen zijn dan je oorspronkelijk gedacht zou hebben. Het gevolg hiervan is dat je tot op het laatste moment geboeid zit te kijken naar deze ’21 grams’.

Het is ook voornamelijk de vernuftige montage die je doet vergeten dat het verhaal zelf in feite niet veel beter is dan dat van de eerste de beste tv1-weekendfilm, hoewel vele recensenten het tegendeel beweren.. Kort samengevat komt het hier op neer: Paul (Sean Penn), een wiskundeleraar, ligt op sterven. Enkel een donorhart kan hem nog redden. Wanneer een vader en zijn twee kinderen worden doodgereden door ene Jack (Benicio Del Toro), een ex-bajesklant die zich na zijn vrijlating grondig bekeerd heeft, krijgt Paul het hart van deze man en een tijdje later is hij weer helemaal de oude. Vervolgens schakelt hij een privé-detective in om te achterhalen van wie dat ruilhart afkomstig was en wie hem dus het leven gered heeft. Op die manier komt Paul terecht bij de weduwe van de man, Christina (Naomi Watts). Ze beginen een relatie en besluiten zich te wreken op Jack, die nadat hij zich vrijwillig bij de politie heeft aangegeven, zeer vroeg weer uit de gevangenis is vrijgelaten. Het komt tot een schietpartij waarbij Paul uiteindelijk het leven laat. Einde van de film. Tussen al deze miserie door is er ook nog het verhaal van de relatie tussen Paul en zijn vrouw die op z’n laatste benen loopt. Toen Paul zijn dagen vulde met doodziek in bed liggen, was er een heropflakkering –Paul zou zelfs sperma laten invriezen, zodat zijn vrouw na zijn gewisse dood alsnog zijn kind zou kunnen baren– maar nadat hij zijn ruilhart gekregen heeft en het met hem weer beter gaat, wordt de werkelijke staat waarin de relatie zich bevindt weer zichtbaar en die is allesbehalve goed. Uiteindelijk kiest Paul voor Christina en dat wordt zijn dood. Alsof dat alles qua miserie nog niet volstond, komen we terloops ook nog iets te weten over een amateuristische abortus die ervoor gezorgd heeft dat Pauls vrouw onvruchtbaar is geworden.

Voorwaar geen vrolijke kost, maar we hebben hier volgens de critici dan ook te maken met een heus meesterwerk. En een meesterwerk dat is, zoals geweten, een afspiegeling van de realiteit en ook die kunnen we, als we eerlijk zijn, bezwaarlijk een vrolijke boel noemen. Tegenslag, pijn en lijden: het maakt allemaal deel uit van het leven. En net daarover gaat deze film: leven, geboorte en dood, pijn en lijden, ziekte en herstel en vooral: afscheid nemen van geliefden. Bij deze film is het kwaad popcorn knabbelen, laat dat duidelijk zijn.



[sh]



-------------------


Relevante links:
>> terug naar de interviews