>> terug naar de interviews


Flip Kowlier:
'Gewoon muziek maken voor de lol, dat mis ik wel een beetje'



'In den hof doa zitte kik, wan min hus stoat in de fik', zingt Flip Kowlier op zijn jongste single. U moet echter niet onmiddellijk naar uw portefeuille grijpen om deze schijnbaar zeer onfortuinlijke man wat euro's toe te sturen en bespaar u ook de moeite om een grootscheepse hulpactie op het getouw zetten, want vandaag heb ik met eigen ogen kunnen zien dat er met de woonst van Izegems bekendste vocalist helemaal niets aan de hand is. Brandsporen waren er nergens te bespeuren. Laat het duidelijk zijn: niet alles wat de heer Cauwelier op plaat zet, is autobiografisch te noemen.


Binnenkort mogen we ons verwachten aan 'In de fik', je nieuwe album, maar je laat nu al uitschijnen dat dit waarschijnlijk niet zo 'n groot succes zal worden als 'Ocharme ik', de voorganger. Waarom probeer je je nu al in te dekken? Heb je schrik van de mogelijke reacties?
Flip Kowlier:
Ja, in zekere zin wel. Het is ook wel zo dat die nieuwe plaat niks nieuws brengt, het spontane is er al een beetje af. Ik ben wel iemand die zich in dat soort situaties wat wil indekken, maar ondertussen ben ik ook daar alweer over. Ach, we zien wel.

Is het wel verstandig om je eigen nieuwe plaat zo te relativeren? Waarschijnlijk zullen de mensen je dan automatisch ook gelijk geven: 'Inderdaad, het is waar wat hij zegt, dit is gewoon meer van hetzelfde.' Als je 'In de fik' zou bewieroken, is het toch veel waarschijnlijker dat je publiek het album ook een kans zal geven, dan wanneer je er op voorhand je twijfels al over uit.
Flip KowlierFlip Kowlier: Er zit geen tactiek achter wat ik zeg; het zit gewoon in mij om zo te relativeren. Het is niet zo dat ik op een bepaalde manier over mijn muziek praat om dan een welbepaalde reactie bij het publiek te veroorzaken.

Je vorige soloplaat was -volgens de mythe- oorspronkelijk ook bedoeld als een hiphopalbum, maar nadat je een akoestische gitaar gekregen had, ben je dan plots singer-songwriterachtige nummers beginnen maken. Komt die solohiphopplaat er ooit nog? Heb je daar effectief al materiaal voor opgenomen?
Flip Kowlier:
Bepaalde dingen uit die periode heb ik verwerkt in de derde plaat van 't Hof van Commerce, en met de rest zal er waarschijnlijk nooit iets gebeuren. Dat slingert hier nog ergens rond op een minidisc, God weet waar. Laat ons zeggen dat een solohiphopplaat niet tot mijn prioriteiten behoort. Alhoewel, soms heb ik toch wel veel zin om nog eens een tape'je te maken. Gewoon hier bij mij thuis iets opnemen en daar dan honderd exemplaren van laten maken om onder mijn vrienden te verspreiden, net zoals vroeger. Ik mis dat soms wel, dat kleinschalige gedoe.

Waarom zou je dat doen? Als je diezelfde nummers op plaat zet, kan je er toch ook nog iets aan verdienen, wat met zo 'n tape -waar je evenveel tijd aan moet besteden- helemaal niet het geval is.
Flip Kowlier:
Bwa, ik zou daar niet zoveel tijd aan spenderen, niet omdat ik het niet waard vind, maar omdat het toch plezant zou zijn om, zoals vroeger, nog eens op een spontane manier muziek te kunnen maken. Op mijn platen probeer ik dat ook nog wel te doen, maar -ik moet mezelf niks wijs maken- nu ben ik me toch bewuster van het publiek dat ik wil bereiken, alleszins meer dan vroeger wanneer ik puur voor de lol muziek maakte.

Er is de hiphop van 't Hof van Commerce en de akoestische pop op je soloplaten, maar ik heb toch ook de indruk dat jij ooit nog wel eens een plaat met heavy gitaren zou willen maken, iets in de stijl van Queens of the Stone Age. Klopt dat?
Flip Kowlier:
Dat klopt zeker. Er zijn al plannen, maar je weet hoe dat gaat met plannen, natuurlijk: 'Mannen maken plannen'. Ik heb het idee om ooit een groep op te richten die 'Spierbundel' zal heten, met mij op gitaar en iemand anders op zang. Eerst had ik gedacht aan de naam 'Spierbundel Flip', maar die 'Flip' heb ik laten vallen, omdat ik er een echte groep van wil maken. We zouden dan Fu Manchu-achtige muziek spelen, maar wel in het West-Vlaams. Het is een idee, hopelijk komt het er ooit van.

Je hebt ook al nummers geproduced voor anderen; bijvoorbeeld voor Brahim, die we kennen van Idool 2003. Hoe kom je erbij om met zo iemand samen te werken? VTM en hypercommerciële hitparademuziek zijn toch geen begrippen die men spontaan met jou zou associëren.
Flip Kowlier:
Dat is natuurlijk de publieke opinie, niemand weet hoe ik echt ben. Kijk, ik had al lang heel veel zin om eens iets te producen in het R 'n' B-genre voor iemand anders en dit leek me een ideale gelegenheid. Er is niks verkeerd met Idool 2003; het is gewoon een muziekwedstrijd waarin de kandidaten allerlei opdrachten voorgeschoteld krijgen. Ik heb daar respect voor, waarschijnlijk zou ik het er zelf bijlange niet zo goed vanaf brengen als Brahim. Die kerel heeft echt wel veel talent. Er is nu eenmaal een groot publiek voor een weldoordacht commercieel project en ik zie daar eigenlijk het probleem niet van in. Sterker nog: ik sta er volledig achter. Ik heb dan ook zelf toenadering gezocht om met Brahim te kunnen samenwerken. Natuurlijk wordt die muziek dan achteraf gekoppeld aan een hele commerciële machine, maar ook dat vind ik niet erg, laat dat geld maar komen. De enige vraag die ik van belang vind, is: 'steek ik mijn broek af door zoiets te maken' en het antwoord daarop is overduidelijk: 'nee'.

Geldt dat ook voor jouw roemruchte samenwerking met sport- en televisiefenomeen Eddy Planckaert? Heb je de single 'We zijn goe bezig' geproduced omdat je Eddy zijn Jaco Pastorius-achtige basspel wel wist te appreciëren?
Flip Kowlier:
Dat was iets anders; daar heb ik niet zelf het contact gezocht. Men is mij komen vragen of ik dat wou doen. Die samenwerking dateert trouwens ook van voor mijn werk met Brahim. Ik wou sowieso eens iets producen voor anderen en dus heb ik mijn kans gegrepen. Het was een toffe ervaring: ik kreeg een voldoende ruim budget en een half afgewerkt nummer en ook de Planckaerts zelf bleken best mee te vallen; ik heb me dus wel goed geamuseerd tijdens die opnames. Eerlijkheidshalve moet ik er wel bij vertellen dat er met de financiële kant van de zaak hier en daar iets verkeerd gelopen is, waardoor ik me voor de eerste keer in mijn leven echt bedrogen voelde, maar daar hebben Eddy en zijn familie natuurlijk niets mee te maken. Ach, die single is gewoon een vrolijk niemendalletje, het is geen hoogstaande kunst natuurlijk, maar dat vind ik van mijn eigen platen trouwens ook niet.

Flip Kowlier

Je carrière heeft ook een aantal minder succesvolle periodes gekend. My Velma, bijvoorbeeld, je groep met Jan Leyers, is volledig geflopt. Kon je dat begrijpen?
Flip Kowlier:
Ik heb die cd onlangs nog eens opgelegd en ik ben er nog altijd trots op, maar met My Velma waren er twee grote problemen: ten eerste was het niet echt duidelijk wat nu precies de bedoeling was van die plaat -voor de ene helft van het publiek klonk de muziek te commercieel, voor anderen klonk ze dan weer te alternatief- en ten tweede was er een groot vooroordeel ten opzichte van Jan Leyers, die algemeen beschouwd werd als een compleet foute figuur, omwille van zijn verleden in Soulsister. Maar ikzelf heb aan My Velma eigenlijk alleen maar positieve herinneringen overgehouden.

In 'Min moaten' vernoem je drummer Joost Vanden Broeck, maar niet Jan Leyers.
Flip Kowlier:
Dat is waar. Jan Leyers is iemand waar ik goed mee overweg kan, maar hij woont simpelweg te ver van hier om hem regelmatig te kunnen zien. Hij heeft zijn bezigheden en ik heb de mijne. Trouwens, er zijn wel tientallen mensen waar ik het goed mee kan vinden, maar die ik daarom nog niet ga vernoemen in een nummer.

Er is ook een single van 't Hof van Commerce geweest die -om het zacht uit te drukken- niet bepaald veel deining veroorzaakt heeft: 'Bol'. Heb je op dat moment niet gevreesd dat het gedaan kon zijn met de populariteit van 't Hof?
Flip Kowlier:
Kijk, 'Bol' was natuurlijk een heel domme singlekeuze, maar ik heb daarom nooit gedacht dat het gedaan zou zijn met 't Hof. We vonden het allemaal een maf nummer en dus wilden we dat wel op de mensen loslaten. Ik vind dat je dat af en toe moet kunnen doen, ook al riskeer je dan een tegenvallende verkoop. Die hele tweede cd heeft het trouwens niet zo denderend gedaan en ik weet goed genoeg waarom: wat erop staat was allemaal een beetje ver gezocht. Voor ons was 'Herman' een reactie op onze eerste plaat; we wilden de mensen per se bewijzen dat we een echte groep waren en geen uit de hand gelopen grap, maar nu besef ik dat we dat bewijs ook op een heel andere manier hadden kunnen leveren. Luister maar naar onze derde cd, die klinkt veel minder geforceerd.

Anderzijds was de allereerste single van 't Hof van Commerce wel een instant succes, zonder dat jullie daarvoor al veel opgetreden hadden. Hoe valt dat te verklaren, denk je?
Flip Kowlier:
Serge en ik zaten voorheen natuurlijk wel in 'Da Prophets of Finance', die in West-Vlaanderen toch tamelijk veel gespeeld hebben, maar die groep was inderdaad al een tijdje doodgebloed. Kijk, voor een beginnend groepje bestaat 'nummers maken' voornamelijk uit de garage bezetten en dingen uitproberen; opnames maken wordt veel minder gedaan. Bij hiphop daarentegen, moét je de beat wel opnemen, want anders bestaat hij eenvoudigweg niet. En dat verklaart waarom we met 't Hof zo snel een demo klaar hadden. Dat de radio die dan onmiddellijk heeft opgepikt en dat Vlaanderen er massaal voor zwichtte, dat is natuurlijk minder eenvoudig te verklaren. Het is vooral een kwestie van geluk geweest en van op het juiste moment met de juiste muziek voor de dag te komen.

Flip Kowlier

De hoes van 'Ocharme ik' was van de hand van een zekere Frow Steeman. Sinds een aantal weken duiken haar sobere tekeningen nu ook op in Humo, vergezeld van merkwaardige slagzinnen die jij erbij schrijft. Wat is daar precies de bedoeling van? 'Cartoons' kan ik het niet noemen, want veel te lachen valt er niet.
Flip Kowlier:
Die dingen zijn een uitloper van een of ander project dat Frow voor school moest maken. Ze had een hele hoop tekeningen klaar die oorspronkelijk als postkaarten bedoeld waren en ze vroeg me of ik er iets bij wou schrijven; om het even wat er in me opkwam. Ik heb dat dus gedaan en het resultaat daarvan was een absurd boekje. Daarna is Frow naar Humo toe gestapt en blijkbaar wilden die dat wel publiceren. Ik vind dat plezant, voor mij moet een cartoon niet altijd een pointe hebben. Soms zie ik soortgelijke dingen waarbij ik zelf enkel mijn wenkbrauwen kan fronsen en totaal niet moet lachen, maar ook die vind ik interessant.

Denk je dat Humo ook zou besloten hebben om die dingen te publiceren als de auteurs 'Julien Vandenberghe en Kevin Declerck' heetten in plaats van 'Frow Steeman en Flip Kowlier'?
Flip Kowlier:
Mijn naam zal wel meegespeeld hebben, dat is zeker, maar ik weiger toch te geloven dat die de enige reden is waarom ze het willen plaatsen. Voor Humo is het een experiment, maar de reacties zijn goed.

Ben je ook zelf bezig met beeldend werk? Volgens de wetten van de hiphop -die uiteraard in stenen tafelen gebeiteld staan- moet je als rapper immers ook vlot met de graffitispuitbus overweg kunnen.
Flip Kowlier:
Nee, die zogenaamde wetten van de hiphop zijn immers dikke zever. Serge kan wel goed tekenen, maar ik hoegenaamd niet. Ik heb me er ook nooit mee bezig gehouden. Trouwens, ik zou wel eens willen weten hoe bedreven iemand als Missy Elliot is in de graffitikunst. Die regels zijn dus onzin; voor hiphop zouden er trouwens helemaal geen richtlijnen mogen bestaan. Overigens beschouw ik mezelf ook niet als een hiphopper, maar meer als een muzikant die zich op verschillende gebieden uitdrukt.

Bekijk jij die hele hiphopwereld ook niet wat ironisch? Om een voorbeeld te geven: net als Ol' Dirty Bastard of P. Diddy verander je als rapper voortdurend van naam: P-Fat, Lipn, Levrancier, Kowlier, … Is dat spot?
Flip Kowlier:
Dat is geen spot, ik noem dat sport. Het is gewoon fantastisch om je een alter ego aan te meten en dan jezelf op te hemelen in een nummer, maar je moet dat met een korreltje zout kunnen nemen. Als je me zou vragen wat ik van 50 cent vind, dan zeg ik: dat is een dikke onnozelaar. Hoe die zich opstelt. Hetzelfde met Eminem: een onnozelaar, een echte lul, maar wel ongelooflijk getalenteerd. Al die rappers nemen zichzelf veel te serieus en houden die pose voortdurend aan, dat stoort mij enorm. Trouwens: heb jij in MTV Cribs al één MC gezien met een huis dat een beetje smaakvol is ingericht? Komaan zeg, hoe wansmakelijk kan een mens wonen?

Gelukkig is er bij ons 'Pas geverfd' met Martine Prenen op tv. Respect!



[sh]

Foto's © Pieter Viktor Kindt


-------------------


Dit interview werd in enigszins gewijzigde vorm gepubliceerd in 1 Kreunkrant, jaargang 20, nr 2. (april-mei 2004). Gratis abonnementen via www.dekreun.be



Relevante links:

Flip Kowlier

't Hof van Commerce
My Velma
>> terug naar de interviews