>> terug naar de interviews


Stijn: 'Ik hou ervan om muziek te spelen op braderijen'



Het is algemeen bekend dat de muziekwereld bevolkt wordt door een aantal op z'n zachtst gezegd 'markante' figuren. Uitzinnige kapsels, dolkomische tatoeages en allesbehalve conventionele klederdracht zijn dan ook vaak meer regel dan uitzondering. Andere artiesten vallen dan weer minder op door hun uiterlijk, maar des te meer door hun afwijkende levensstijl. Zo omschrijft de elektropopmuzikant Stijn (net zoals alle groten der aarde heeft hij genoeg aan een voornaam alleen) zichzelf in één van zijn nummers als een 'Sexjunkie', en in een ander stelt hij dan weer onomwonden dat hij 'pussy on his mind' heeft.
Toen ik hem in onze hoofdstad ging opzoeken, leek enige omzichtigheid me dus wel op zijn plaats. Maar al snel bleek dat de man gewoon een vriendelijke kerel is, die het bovendien niet slecht zou doen als stadsgids met een specialisatie in de Brusselse horeca. Voor alle zekerheid vroeg ik hem toch eerst hoe het nu precies zat met zijn curieuze obsessies:


Als ik jouw cd 'Euphoric' beluister, dan kan ik maar één ding concluderen: de hoofdthema's van die plaat zijn overduidelijk 'seks' en 'bejaarden'. Vanwaar je fascinatie voor die onderwerpen?
StijnStijn:
Ik heb inderdaad een nummer dat 'Grandaddy' heet en er staat ook een niet meer zo jonge knaap op de hoes van 'Euphoric', maar veel meer bejaarden zal je op mijn cd toch niet tegenkomen. Zeggen dat ik gefascineerd ben door oude mensen is dus wel wat overdreven. En wat die seks betreft, tja, eigenlijk heb ik maar vier nummers die openlijk over seks gaan, maar die vallen wel iets meer op dan de andere. De mensen pinnen mij daardoor wat vast op dat thema, maar er komen echt nog wel meer onderwerpen aan bod in mijn songs.

Bij Britney Spears en konsoorten is seks een verkoopsargument geworden, terwijl veel 'alternatieve' artiesten er vaak op een meer ironische manier over zingen. Is dat bij jou ook het geval?
Stijn:
Ik ga niet zeggen dat ik per se ironie in die nummers wou stoppen, maar het is wel waar dat ik op een andere manier over seks zing dan bijvoorbeeld Christina Aguilera of Britney Spears. Zij schrijven die geile nummers trouwens meestal niet eens zelf, terwijl het bij mij wel een heel bewuste beslissing was om over seks te zingen. Ik wou een gevoel onder woorden brengen dat iedere man weleens ervaart: het gevoel van op een feest volledig in de ban te raken van een dansende vrouw die je het hoofd zo op hol brengt dat je haar ook weleens wat 'nader wil leren kennen'.
Maar behalve over lust heb ik het in mijn songs ook wel over de liefde; luister bijvoorbeeld maar naar 'Wrong' of 'Grandaddy'. In dat laatste nummer beschrijf ik wie ik voor mijn partner wil zijn en dat is niet gewoon een vriendje, een 'brother' of een 'daddy', maar wel een grootvader, wat ik als een soort overtreffende trap beschouw. Het is iets dat verder gaat dan elk hiphop-cliché.

Vergis ik me als ik beweer dat de zang en de teksten bij jou eigenlijk belangrijker zijn dan de muziek?
Stijn:
Het is grappig dat je dat zegt. Zang en teksten zijn voor mij inderdaad heel belangrijk, maar de muziek is zeker even belangrijk. Ze klinkt misschien eenvoudig, maar er is wel degelijk heel wat tijd ingekropen om die zo ongekunsteld te laten klinken. Waarmee ik niet wil beweren dat muziek die ingewikkeld klinkt zoveel gemakkelijker is om te maken.

In de rockwereld zijn er veel muzikanten die per se willen aantonen hoe vingervlug ze wel zijn en daarom de ene verschroeiende solo na de andere uit hun instrument knijpen, vaak ten koste van de song. Komt dat soort muzikale krachtpatserij ook bij elektronica-artiesten voor?
Stijn:
Veel minder. De mensen zeggen mij zelfs dat het er allemaal zo eenvoudig uitziet wat ik doe, maar dat is niet zo. Enkel andere muzikanten die precies weten welk materiaal ik tijdens mijn optredens gebruik, beseffen welke toeren ik allemaal moet uithalen om mijn muziek live te kunnen brengen. Toen ik in De Kreun optrad, heeft Earl Zinger mij daar trouwens een complimentje over gegeven.
Ik denk ook dat er tussen de elektronica-artiesten onderling meer respect en interesse bestaat voor de manier waarop een ander zijn muziek maakt dan bij rockmuzikanten. Er heerst ook meer een sfeer van openheid. Wij zullen bijvoorbeeld nooit een bepaald effectpedaaltje in een andere kleur schilderen zodat een andere muzikant niet te weten zou komen hoe hij een specifieke klank kan bereiken. Dat kan absurd lijken, maar zulke zaken gebeuren dus echt in het rockwereldje en ook bij sommige dj's.

Het materiaal waarop je speelt is duidelijk heel belangrijk voor jou, maar kunnen instrumenten op zich ook een bron van inspiratie zijn, zoals het leven zelve een bron van inspiratie is?
Stijn:
Jazeker, maar toch merk ik dat veel van mijn nummers evengoed op een ander instrument gespeeld zouden kunnen worden. Klankkleur is heel belangrijk, maar ik weet wel niet of ik mijn hele leven lang de songs van 'Euphoric' op dezelfde machines zal blijven spelen.
Een instrument is vooral een bron van inspiratie als je het nog maar pas gekocht hebt; dan wil ik zo'n apparaat echt openschroeven om het door en door te leren kennen, maar ik merk toch dat ik meestal eerst een idee voor een nieuw nummer heb en dat ik pas daarna ga nadenken over welke toestellen ik zou kunnen gebruiken om het in te spelen.

Bij een traditionele songwriter ontstaat een nieuw nummer vaak door gewoon wat akkoorden aan te slaan en daar een paar woorden bij te murmelen, terwijl een techno-artiest zijn computer aanzet en gedachteloos wat beats begint te programmeren. Jij zit qua genre wat tussen die twee uitersten in, hoe schrijf jij je nieuwe nummers dan?
StijnStijn:
Ik loop meestal heel lang met een bepaald basisidee in mijn hoofd, bijvoorbeeld een melodietje of een zinnetje zoals 'Wiezeddegij, wiezeddegij?', en op een bepaald moment komt dan plots alles bij elkaar: ik vind een drumritme dat erbij past en een bijkomende melodielijn, ik schrijf de tekst verder uit… Het gebeurt ook wel vaak dat ik een nummer dat maar half af is live al eens uittest en aan de reactie van het publiek hoor ik dan wel of ik bepaalde stukken nog moet veranderen of inkorten. Op die manier blijft mijn muziek groeien totdat ze echt goed zit. Behalve het titelnummer zijn de songs op 'Euphoric' dan ook al een paar jaar oud. Ik ben niet iemand die zo nodig op een kwartier een nummer wil afhebben.

Je hebt zowel op 'I love techno' gespeeld als op festivals waar ook gitaargroepen staan geprogrammeerd. Vind je beide milieus even aangenaam of voel je toch dat je meer in het ene dan in het andere thuishoort?
Stijn:
Ik treed gewoon graag op en dan maakt het niet echt uit waar dat precies is, zolang het publiek maar enthousiast is en de klank goed zit. Je merkt natuurlijk wel dat de mensen anders op mijn muziek reageren naargelang de locatie waar ik speel. Op 'I love techno' stak iedereen op een bepaald moment zijn aansteker in de lucht, terwijl ik ook op een braderij in Wevelgem heb opgetreden en daar kwamen ineens kinderen op het podium meedansen. Ik hou wel van al die verschillende sferen. Er zitten dan ook meerdere 'Stijnen' in mij. De ene dag voel ik me zo en de volgende dag voel ik me weer helemaal anders.

Wat vinden die grote techno-namen ervan dat jij nu ook op 'hun' festivals optreedt?
Stijn:
Die hebben daar niet echt problemen mee. Milo en Marco Bailey bijvoorbeeld zijn heel positief over mij. Met Milo heb ik nu trouwens al zo vaak samen opgetreden dat we bijna kameraden zijn geworden. Ik denk dat het eigenlijk alleen de pers is die het wat vreemd vindt dat ik ook op technofestivals optreed. Oké, er wordt veel gezongen in mijn nummers, maar uiteindelijk blijft het wel elektronische muziek, dus kan ik perfect begrijpen waarom iemand mij op zulke evenementen wil programmeren.

Gebruik jij jouw zang om de muziek wat minder mechanisch en kunstmatig te maken, om ze een menselijk gezicht te geven?
Stijn:
Nee, ik zing gewoon heel graag, dat is alles. Vroeger speelde en zong ik in allerhande funk- en hiphopgroepjes, maar dat was voor mij te omslachtig. Je kent dat wel: als je met zes groepsleden bent, is er altijd wel iemand die naar een familiefeest moet en een ander die te laat arriveert omdat hij een lekke band had, en uiteindelijk gebeurt er helemaal niets. Dat is wel frustrerend. Het is pas later dat ik ben beginnen beseffen dat ik eigenlijk ook op mijn eentje muziek kan maken.

Een geniaal idee.
Stijn:
In het begin maakte ik die elektronische muziek puur voor de lol, maar toen ik er ook begon mee op te treden in kraakpanden, zag ik dat het publiek wel wist te appreciëren wat ik deed. Het lijkt misschien alsof ik met mijn muziek plots uit het niets ben opgedoken, maar live ben ik al heel lang bezig. Ik heb op de gekste plekken opgetreden, tot in musea toe.

Jouw label heet heel toepasselijk 'Mijn Label', wat doet vermoeden dat je 'Euphoric' in eigen beheer hebt uitgebracht.
Stijn:
Dat is dus niet zo, want Mijn Label heeft een deal gesloten met EMI. Zij zorgen nu voor alle lastige aspecten die komen kijken bij het releasen van cd's.

StijnWat is vandaag nog het voordeel van je albums niet in eigen beheer uit te brengen? Zowat iedereen doet dat nu toch?
Stijn:
Ik vind het leuk om erkenning te krijgen van een grote platenfirma. Dat is toch wel iets dat blijft leven onder muzikanten. Als je bijvoorbeeld tegen een buitenlandse artiest zegt dat je bij EMI zit, zal dat meer indruk maken dan als je zegt dat je plaat door Petrol of door Huppeldepup Records is uitgegeven, want zulke labels kent geen kat. Het opent dus wel deuren als je bij een major zit en bovendien kan ik me nu volledig concentreren op mijn muziek, want ik heb geen zin om een labelbaas te worden om dan voortdurend aan mijn boekhouding te moeten denken. Het is fijn om weten dat er nu mensen zijn die dat allemaal regelen voor mij. Bovendien beschikt een major over budgetten waar die independent labels alleen maar van kunnen dromen. Zo heb ik mijn plaat bijvoorbeeld in Londen en Frankrijk kunnen laten masteren. Ik heb dat niet gedaan omdat ik er daarna in de media over kan opscheppen, maar wel omdat ik gemerkt heb dat er heel wat platen waarvan ik de klank fantastisch vind in die studio's werden gemasterd. Uiteindelijk is het wel nog altijd de muziek die telt, en dan maakt het niet echt uit waar die is opgenomen of gemasterd. Maar ik vind het wel tof om te weten dat een dure studio voor mij niet bij voorbaat uitgesloten is.

Je zingt in verschillende talen en dat soms zelfs binnen één nummer. De enige Belgen die ik je dat heb horen voordoen zijn Arno en Belgian Asociality. Waren dat de voorbeelden die je voor ogen had?
Stijn:
Nee, ik denk dat je de oorzaak van die verschillende talen in mijn nummers vooral moet zoeken in het feit dat ik een Belg ben. Hier bij ons leer je op school al heel jong andere talen spreken. Zeker in Vlaanderen worden vreemde talen er tijdens de opvoeding echt ingehamerd. Maar er zijn ook andere redenen. Zo was ik ooit tijdens een optreden in Parijs 'Wiezeddegij?' aan het zingen. Op een bepaald moment besefte ik dat niemand daar eigenlijk Nederlands begreep en toen heb ik er maar, al improviserend, een paar Franse zinnen tussen gegooid. Dat werkte wel, dus heb ik dat behouden. Ach, eigenlijk is het eenvoudig: als ik zin heb om in het Duits te zingen, dan zing ik in het Duits, voel ik aan dat iets beter zal werken in het Engels, dan gebruik ik Engels. Een muzikant moet vooral doen waar hij zin in heeft.

Stijn en zijn fiets


Dit interview zal verschijnen in de allerlaatste gedrukte versie van de Kreunkrant. Misschien dat ik je dan ook bij wijze van slotvraag kan uitnodigen om eens ongegeneerd de loftrompet over De Kreun te steken.
Stijn:
Een schitterend voorstel, want over De Kreun kan ik alleen maar positief zijn. Het is misschien niet zo'n grote zaal, maar de lijst met artiesten die daar al over de vloer passeerde, is gewoon indrukwekkend. The Ramones die kwamen optreden in een uithoek als Bissegem, stel je voor! Fantastisch gewoon! Toen ik er speelde, was de klank ook geweldig. Met die geluidsinstallatie zou je makkelijk kunnen optreden in een ruimte die veel, veel groter is. (Komt steeds meer op dreef) Ook de inrichting vond ik heel aangenaam. Het kleine podium in het café is zelfs nog net iets gezelliger dan het podium in de eigenlijke zaal, hoewel dat zeker ook niet slecht is, verre van. In feite vond ik het wel een klein beetje spijtig dat ik niet mocht optreden in het café zelf, want de sfeer daar lijkt mij gewoon subliem. Wat ik los daarvan ook weer uitmuntend vind aan De Kreun is dat…

(IJverig noterend): Stop maar, dat kan volstaan qua lofbetuigingen. Het is de bedoeling dat dit interview beperkt blijft tot vier bladzijden.
Stijn:
De rest van de complimentjes stuur ik je morgen wel door via e-mail.

Ik zal mijn mailbox vanavond alvast leegmaken.


[sh]

Foto's © Pieter Viktor Kindt



-------------------


Dit interview werd gepubliceerd in De Laatste Kreunkrant, jaargang 20, nr 4. (december 2004)



Relevante links:

Mijn label
>> terug naar de interviews