>> terug naar de interviews


De hobby's maken de zakenman


“De boog kan niet altijd gespannen staan”: het is een cliché zo hoog als een huis, maar dit spreekwoord blijkt wel degelijk voor iedereen te gelden. Zelfs topmanagers, die zich dagelijks het hoofd breken over bloedernstige zakelijke kwesties en vaak beslissingen moeten nemen waar miljoenen euro’s mee gemoeid zijn, voelen af en toe de behoefte om zich eens met luchtiger zaken bezig te houden en zo de dagelijkse besognes even van zich af te kunnen zetten. Onze navraag bij een aantal Belgische CEO’s bracht aan het licht dat sommigen onder hen er wel bijzonder opmerkelijke hobby’s op nahouden…


Tekst: Steven Heyse


Marc Descheemaecker (NMBS) - Hosta’s, oleanders en neushoorns

Marc Descheemaecker - NMBSZoals zovele Belgen heeft Marc Descheemaecker, afgevaardigd bestuurder van de NMBS en tevens bestuurslid bij BIAC en verscheidene andere vennootschappen, een passie voor voetbal. Hij is een fervente supporter van Beerschot en van Dynamo Beervelde, de ploeg van zijn zoon. Maar voetbal is duidelijk de minst opmerkelijke van zijn hobby’s.

Neushoorn als dank
“Ik heb op mijn kantoor een collectie van zowat vijftig neushoornbeelden in allerlei vormen en materialen en daarnaast houd ik me ook bezig met de kweek van sierplanten. Die verzameling neushoorns is heel toevallig ontstaan: begin jaren tachtig woonde ik in Duitsland, in de streek van Wiesbaden, en toen ik daar bij een vriend op bezoek was, toonde die mij zijn collectie nijlpaardbeeldjes. Ik vond dat wel iets hebben, zo’n verzameling, en besloot toen om er ook een te beginnen. Toevallig had ik thuis al twee beeldjes van neushoorns staan en dus was de keuze van wat ik precies zou gaan verzamelen snel gemaakt.
Aan die eerste neushoorn hangt trouwens nog een mooi verhaal vast: mijn vader, die bij de politie werkte, had dat beeldje gekregen van een Noorse zeeman die betrokken was bij een vechtpartij in een bar. Hij had geen tijd te verliezen, want zijn schip naar Oslo stond op het punt te vertrekken en als hij te laat kwam, zou hij voor zes maanden in België vastzitten. Mijn vader heeft hem dus niet langer dan nodig opgehouden en uit dankbaarheid heeft die Noor hem toen een houten neushoornsculptuur geschonken.
Eens mijn vrienden, kennissen en collega’s wisten dat ik neushoorns verzamelde, ging de bal natuurlijk aan het rollen en dus nam mijn collectie al snel behoorlijke proporties aan. Toen het managementteam van het dienstenbedrijf ISS mij indertijd opnam in het internationaal directiecomité kreeg ik bijvoorbeeld een prachtige neushoorn in kostbaar Carrarra-marmer. Dat is uiteraard een van de pronkstukken uit mijn collectie.
Door zijn unieke vorm, zijn materiaal en zijn kleur vertelt elke neushoorn mij een eigen verhaal. Telkens ik mijn collectie bekijk, denk ik aan de vele vrienden die mij die beeldjes geschonken hebben.”

Liefde voor groen
De tweede grote passie van spoorwegman Descheemaecker is zijn riante tuin van meer dan 65 are. Hij kweekt er onder andere hosta’s en oleanders. “Ik ben eigenlijk altijd een stadsmens geweest; ik werd geboren in Antwerpen en maakte in de loop der jaren een aantal omzwervingen in het buitenland, telkens in stedelijke omgevingen. Uiteindelijk besloot ik om mij te vestigen op het platteland, in Serskamp, een dorp waar nogal wat boomkwekers wonen. Ik leerde een aantal van hen beter kennen en af en toe gaven zij mij wat boompjes en planten die ze toch op overschot hadden staan en zo is bij mij de liefde voor het groen ontstaan. Mijn tuin was vroeger een echte woestenij, maar sinds ik hem ben beginnen vormgeven is het een plaats geworden waar ik graag tot rust kom.”
De NMBS-topman ziet trouwens een opvallende parallel tussen zijn rol in het bedrijfsleven en die van een goede tuinman: “In beide gevallen komt het erop aan om een ideale groeiomgeving te creëren. In een bedrijf moet je op zoek gaan naar de juiste mensen en de juiste markten; in een tuin zorg je voor de beste grond en de juiste atmosfeer. Als je alle factoren kan laten kloppen, dan krijg je haast automatisch een organische groei en dat is iets wat mij mateloos kan boeien.”


Marc Coucke (Omega Pharma) – Het Vlaamse levenslied

Het zou een understatement zijn om te zeggen dat Marc Coucke, de stichter en gedelegeerd bestuurder van Omega Pharma, gepassioneerd is door de wielersport. Marc Coucke - Omega PharmaNiet alleen brengt hij graag zijn schaarse vrije tijd op een fietszadel door, hij is natuurlijk ook de sponsor van profploeg Davitamon-Lotto en volgt dus het hele wielergebeuren op de voet, niet zelden vanuit de ploegwagen. Maar daarnaast heeft Marc Coucke nog een andere belangrijke hobby, die veel minder bekend is bij het brede publiek.

Vlaanderen boven
“Ik ben een enorme liefhebber van het Vlaamse lied, of zeg maar gerust van schlagers. Veel mensen kijken neer op dat soort muziek, maar je kunt toch niet ontkennen dat die nummers op fuiven enorm veel leven in de brouwerij kunnen brengen. Eigenlijk ben ik vrij chauvinistisch in mijn hele aankoopgedrag; ik vind dat wij elkaar moeten steunen en daarom koop ik meestal producten van eigen bodem. Het is dan eigenlijk ook logisch dat zelfs mijn cd-collectie voornamelijk Vlaams is: ‘Zeven anjers, zeven rozen’ van Willy Sommers, ‘De roos’ van Ann Christy of de vele hits van Clouseau, ik vind dat allemaal even schitterende nummers.”
Coucke vermoedt dat zijn liefde voor Nederlandstalige muziek in de jaren zeventig, tijdens de hoogdagen van Ivan Heylen, werd aangewakkerd door zijn oudere broer, die een grote fan was van razend populaire meezingers als ‘De werkmens’ en ‘De wilde boerendochter’.
“Sindsdien ben ik altijd van zulke ambiancenummers blijven houden. Tijdens mijn studententijd stond ik daar in het uitgaansmilieu trouwens voor bekend; als ik een café binnenkwam, dan legde de dj van dienst vaak spontaan een Vlaamse kraker op en anders vroeg ik hem wel om een verzoeknummer, meestal ‘Mooi, ’t leven is mooi’ van Will Tura.”
Onlangs nog kwam er heel wat kritiek op minister Geert Bourgeois, die pleitte voor meer Vlaamse muziek op onze nationale radiozenders, maar in se is Marc Coucke het met hem eens: ‘Vlaamse muziek komt tegenwoordig gewoon veel te weinig aan bod op de radio. In de auto luister ik graag naar Donna of Q-Music, maar af en toe schakel ik eens over naar Radio 2 in de hoop om daar Nederlandstalige nummers te kunnen horen. Steeds vaker vang ik evenwel ook bij die zender bot en dat terwijl het Vlaamse lied volgens mij een belangrijk onderdeel van onze cultuur is. Ik vind dan ook dat de media veel meer aandacht aan schlagers en smartlappen zouden moeten besteden; dat zijn immers plezante nummers waarop een mens zich nog eens echt kan uitleven en zoiets verdient onze waardering.”

Zingen met Laura Lynn
De Omega Pharma-topman doet er dan ook zelf alles aan om het Vlaamse lied te promoten. Zo benoemde hij onlangs de charmezangeres Laura Lynn tot meter van zijn wielerploeg Davitamon-Lotto. “Op die manier heb ik haar carrière een extra zetje in de rug kunnen geven. Dat verdient ze, want ik vind haar een groot talent. ‘Je hebt me duizend maal belogen’, haar debuutsingle staat in mijn persoonlijke top drie van favoriete nummers, samen met ‘’t vliegerke’ van Walter De Buck en ‘LoetseBollekeZoetse’ van BiezeBaaze.”
Op fuiven en privé-feesten komt Couckes liefde voor het Vlaamse lied heel duidelijk naar boven. Zo gebeurt het dat hij de taak van de dj overneemt en dan een hele avond lang niks anders dan Nederlandstalige ambiancenummers draait, totdat de laatste feestvierders vroeg in de ochtend compleet uitgeteld terug huiswaarts keren. Zijn onaangekondigde gastoptredens tijdens concerten van Vlaamse artiesten zijn evenwel nog veel beruchter. “Tijdens personeelsfeesten van Omega Pharma nodig ik meestal een muzikale act uit en dan hou ik er wel van om op het podium te springen en vol overgave een paar nummers mee te zingen.” Was Coucke dan eigenlijk niet liever als zanger dan als manager aan de kost gekomen? “Ik zing erg graag en lange teksten onthouden vormt voor mij ook geen enkel probleem, maar ik besef wel dat mijn stem te beperkt is om een carrière als zanger te ambiëren. Ik weet waar mijn roeping ligt, bij Omega Pharma, al geef ik graag toe dat de hele showbizzwereld op mij altijd al een enorme aantrekkingskracht heeft uitgeoefend.”


Gregor Thissen (Scabal) – The sky is the limit

Golf, tennis, voetbal, tekenen, schilderen én het luchtruim verkennen met een Cessna-vliegtuigje: voor Gregor Thissen, Gregor Thissen - ScabalCEO van het internationale herenkledingmerk Scabal, volstaat één vorm van vrijetijdsbesteding duidelijk niet. “Ik beschouw een hobby als een uitdaging, als iets waar ik me in kan vastbijten totdat ik het volledig beheers. Eenmaal ik alle technieken onder de knie heb, verliest zo’n hobby voor mij enigszins zijn aantrekkingskracht en dan wordt het stilaan weer tijd voor iets anders.”

Vliegbrevet
Thissen heeft er duidelijk erg veel voor over om zijn doelen te verwezenlijken; een goede tennisspeler, schilder of piloot word je immers niet zomaar. “Het vergt toewijding, dat klopt, maar dat is nu net wat ik zo leuk vind aan een hobby. Vooral het leerproces is boeiend; wonderlijk toch hoe je door te oefenen jezelf allerlei technieken kunt bijbrengen.”
Ongeveer vijf jaar geleden behaalde Gregor Thissen zijn vliegbrevet, een duidelijk en officieel bewijs dat hij over de nodige kennis en vaardigheden beschikt om een klein motorvliegtuig te besturen en veilig weer aan de grond te zetten. “Een paar jaar daarvoor had ik een reis naar Zuid-Afrika en Botswana gemaakt en daar werden we met van die Cessna-vliegtuigjes naar ons safarikamp gevlogen. Ik was zo onder de indruk van het werkelijk fantastische uitzicht dat ik besloot om zelf ook mijn vliegbrevet te halen. Vliegen met een Cessna is een unieke ervaring; je voelt tenminste nog echt dat je vliegt, wat bij een lijntoestel eigenlijk het geval niet meer is. Doordat je bij een Cessna een groot raam hebt en ook niet zo heel hoog gaat, kan je veel meer zien. De Afrikaanse natuur is natuurlijk nergens mee te vergelijken, maar ook hier in België kan je vanuit de lucht veel moois zien: we hebben nog heel wat groene gebieden en hier en daar vallen er ook prachtige kastelen te bewonderen die je vanaf de autowegen nooit zou kunnen zien staan.”

Vrij als een vogel
Thissen is nu dus de trotse bezitter van een VFR-vlieglicentie. “VFR staat voor Visual Flight Rules; het is een set regels die bepaalt onder welke omstandigheden ik een vliegtuig mag besturen. Uiteraard zijn er heel wat beperkingen, een VFR-licentie is immers geen professioneel brevet. Dat zou me trouwens niet echt interesseren, het enige wat ik wil is van het uitzicht kunnen genieten en me vrij voelen. Meer heb ik niet nodig.”
De opleiding die Gregor Thissen gevolgd heeft, verliep in een aantal fasen. Vooraleer hij zijn eerste solovlucht kon maken, moest hij eerst gedurende tien uur leren vliegen onder begeleiding van een instructeur. Daarna kon hij zich gedurende nog eens een vijftigtal vlieguren verder bekwamen in allerlei procedures die niet alleen met het besturen van het vliegtuig zelf te maken hebben, maar bijvoorbeeld ook met zaken zoals radiocommunicatie. De opleiding tot privaat piloot wordt uiteindelijk besloten met een theoretisch en een praktisch examen. Om zijn brevet te behouden moet Thissen jaarlijks minimum twaalf uur achter de pilotenknuppel doorbrengen. “Vroeger vormde dat geen enkel probleem; ik maakte ongeveer om de veertien dagen een vlucht, maar tegenwoordig is dat fel verminderd. Ik besteed nu tijdens het weekend meer tijd aan mijn gezin en ga enkel nog vliegen als het echt mooi weer is.”
Heeft de leergierige Scabal-topman dan misschien alweer een nieuwe hobby op het oog?
“Ik zou graag opnieuw wat meer tekenen en schilderen. Maar dat gaat niet zomaar, ik moet daar immers veel tijd voor kunnen uittrekken, anders lukt het me niet. Mijn hoofd moet volledig ‘leeg’ zijn om me te kunnen concentreren. Dan pas heeft het zin dat ik eraan begin… Maar daarnaast is er inderdaad nog iets anders dat ik ook heel graag zou doen: ik zou willen leren pianospelen. De piano heb ik al gekocht, nu moet ik hem enkel nog leren bespelen.”


Christ’l Joris (Etap) – De marathon als symbool

Christ'l Joris - EtapVan Christ’l Joris wordt vaak gezegd dat ze een markante figuur is in het Vlaamse bedrijfsleven. Het parcours dat deze zakenvrouw heeft afgelegd is dan ook niet bepaald alledaags. Ze studeerde eerst psychologie, haalde vervolgens een doctoraat antropologie en staat nu al een paar jaar aan het hoofd van Etap, een bedrijf dat zich bezighoudt met industriële verlichtingssystemen. Vorig jaar kreeg Joris daar bovenop het voorzitterschap van Agoria Vlaanderen toegewezen en sinds deze zomer is ze, als voorzitster van Flanders Investment and Trade (FIT), ook nog eens de leading lady van de Vlaamse export geworden. De hobby’s die deze dame erop nahoudt zijn al even divers: Joris houdt van skiën, experimenteren in de keuken en ze is eveneens een notoire operaliefhebster. In haar jeugd deed ze zelfs een tijdje aan schoonspringen van de hoge plank.Maar haar meest recente passie is de marathon.

Conditie opbouwen
“Eigenlijk is dat een gevolg van mijn liefde voor het skiën”, zo verklaart ze, “ik vond dat ik door mijn minder goede conditie niet alles uit mijn skivakanties kon halen en dus besloot ik om in mijn vrije tijd te beginnen lopen. Aanvankelijk deed ik dat in mijn eentje, maar na een halfjaar sloot ik me dan aan bij Managers Marathon Club (MMC), een vereniging die zich –zoals de naam laat vermoeden– speciaal op managers richt. Zo’n loopclub biedt heel wat voordelen: er is medische begeleiding, je krijgt een geïndividualiseerd programma en wordt professioneel begeleid, zonder dat ze je verplichten om ook wedstrijden te lopen. Omdat een club zo’n motiverende omgeving is, begon ik steeds langere afstanden te lopen. Na een viertal maanden overschreed ik dan de tien kilometer-limiet, wat ik van mezelf een schitterende prestatie vond. Door de enthousiaste verhalen van de andere clubleden over onder andere de marathon van New York, besloot ik om zelf ook die uitdaging aan te gaan. In 2004 werd ik vijftig en het leek me dus wel een mooi symbool om op die leeftijd mijn eerste marathon te lopen.”
Tweeënveertig kilometer lopen blijft natuurlijk een uitzonderlijke prestatie die de nodige voorbereiding vereist. “Gewoonlijk train ik twee à drie keer per week, alleen of in clubverband. Maar als er een bepaalde marathon in het vooruitzicht ligt, dan begin ik drie à vier maanden op voorhand intensiever te trainen. Ik doe dan twee duurlopen en twee inspanningstrainingen per week. Maar aangezien ik, net zoals een diesel, nogal traag op gang kom, betekent dit dat het laatste gedeelte van mijn voorbereidingsperiode altijd heel intensief is. Ik sta dan soms meer dan tien uur per week in mijn loopschoenen. Maar ook dat doe ik met de glimlach, lopen blijft voor mij een heel ontspannende inspanning.

Duidelijke doelstellingen
Al die training zorgt er natuurlijk voor dat ik vaak niet thuis ben, maar gelukkig zijn mijn kinderen en mijn man zelfstandig genoeg om ook zonder mij het huishouden draaiende te houden. Ze vinden het dus niet zo erg als ik na een duurloop pas laat thuiskom. Het gebeurt zelfs dat mijn echtgenoot mij dan nog verrast met een zelfgemaakte pasta al dente. Mijn familieleden zijn trouwens mijn meest fervente supporters, ze zijn erg fier op mijn prestaties en zetten mij ertoe aan om vol te houden.”
Een manager zet voor zijn of haar bedrijf duidelijke doelstellingen uit en dat is ook wat Christ’l Joris doet voor haar hobby, het marathonlopen. “Ik heb nu twee marathons gelopen, telkens in de herst. Het zou leuk zijn als ik dat kan volhouden tot mijn zestigste. Mijn looptijd zou ik ook nog willen verbeteren; mijn eerste marathon liep ik uit in 5uur 13 en mijn tweede in 4 uur 45. Daar zit dus zeker nog reserve in; het is enkel een kwestie van mijn conditie nog te verbeteren en mijn basissnelheid, die nu op 9 km/h ligt, te verhogen.”
Ten slotte geeft de Etap-topvrouw nog een aantal tips voor wie er ook van droomt om ooit een marathon te lopen: “Een professionele begeleiding en medisch ondersteuning is onontbeerlijk, zeker als je, zoals ik, niet bepaald een ‘junior’ meer bent. Daarnaast heb je uiteraard ook goede schoenen en degelijke kleding nodig. En wie in groep loopt, in een mooie omgeving, zal zich zeker extra gemotiveerd voelen om te blijven doorgaan. Het allerbelangrijkste vind ik trouwens het pure plezier dat ik beleef tijdens het lopen. De foto’s bewijzen het: ook na 41,5 kilometer loop ik nog te stralen, zonder ook maar de minste vorm van uitputting of pijn.



-------------------

Foto's: © De Standaard - Scabal - familiearchief Christ'l Joris

Dit interview werd gepubliceerd in het maandblad STIJL (nr 59, februari 2006)

>> terug naar de interviews